Soorten symmetrie
1. Lijnsymmetrie (Spiegelsymmetrie) πͺ
Een figuur is lijnsymmetrisch als je het in twee helften kunt vouwen en beide kanten precies op elkaar passen. De lijn waarover je vouwt, heet de symmetrieas.
β
Voorbeelden:
- Een vlinder π¦
- Een hart β€οΈ
- De letter A, M en H
Test het zelf! βοΈ Teken een hart op papier, knip het uit en vouw het dubbel. Passen de twee helften precies op elkaar? Dan heeft het lijnsymmetrie!
2. Puntsymmetrie π (Spiegelen in een punt)
Een figuur heeft puntsymmetrie als je het 180Β° (een halve draai) draait en het er precies hetzelfde uitziet.
β
Voorbeelden:
- Een speelkaart β οΈ (bijvoorbeeld de 8 van schoppen)
- Een schroefmoer π©
- De letter S en Z
Probeer dit! Teken een ruit en draai je blad een halve slag. Ziet de ruit er nog steeds hetzelfde uit? Dan heeft hij puntsymmetrie!
3. Draaisymmetrie π (Draaien zonder spiegelen)
Een figuur heeft draaisymmetrie als je het minder dan 360Β° draait en het er nog steeds hetzelfde uitziet.
β
Voorbeelden:
- Een windmolen π¬οΈ
- Een ster β
- Een vierkant (past na 90Β° draaien weer op zichzelf)
Test het zelf! π Teken een windmolen met vier bladen en draai je blad een kwartslag (90Β°). Ziet het er nog steeds hetzelfde uit? Dan heeft het draaisymmetrie!
4. Schuifsymmetrie (Patronen die zich herhalen) π
Een figuur heeft schuifsymmetrie als het steeds hetzelfde blijft als je het een stukje verschuift. Dit komt vooral voor in patronen.
β
Voorbeelden:
- Tegels op de vloer π³
- Zebraβs op een zebrapad π¦
- Een rij bakstenen in een muur π§±
Probeer dit! Kijk eens naar een behang of een tegelvloer. Zie je hoe het patroon zich steeds herhaalt? Dat is schuifsymmetrie!
β¨ Nu jij!
Kun je letters vinden met lijnsymmetrie? (Tip: probeer A, B, M)
Ken jij iets met draaisymmetrie? (Denk aan wielen of bloemen πΌ)
Waar zie jij schuifsymmetrie in het dagelijks leven?
Symmetrie is overal! Kijk goed om je heen en ontdek het zelf. ππ